Welkom op Dolfinariumweb,
Ontdek, Beleef, Verdiep

.

Geschiedenis | 1980-1990

1980 luchtofotHet seizoen van 1980 begon met een rustig paasweekend. In mei werd het park verrast met de unieke geboorte van een Stellerzeeleeuw. Voor het eerst zorgde deze soort voor een nakomeling in het Dolfinarium. Als aanvulling op een dagje Dolfinarium besloot het park vier weken lang een tent te plaatsen waarin dagelijks optredens werden gegeven door artiesten als Vader Abraham en Imca Marina. In 1981 opende het park haar deuren met een nieuw decor in de Koepel. Een decor dat het strand van de Stille Oceaan moest voorstellen, bracht een nieuwe show waarin de tuimelaardolfijnen, Californische zeeleeuwen en orka Gudrun deelnamen. In juli dat jaar werd er opnieuw een Stellerzeeleeuw geboren. Het optreden van Vader Abraham werd in juli en augustus opnieuw herhaald waarbij hij optrad in de Koepel. In juli werd een in Egmond gestrande bruinvis opgevangen die de naam Kwinkwanker kreeg. Dit wordt gezien als het eerste echte opvangdier, dat onder de opvang van het Dolfinarium -dat later zou uitgroeien tot de onafhankelijke stichting SOS Dolfijn-  werd verzorgd. Dertig jaar later werd eerste bruinvis die ooit in het Dolfinarium geboren werd vernoemd naar dit dier. Niet alles was echter rozengeur en manenschijn. Op 15 september 1981 viel de FIOD het park binnen en werden twee directieleden aangehouden op verdenking van fraude. De FIOD zou inlichtingen hebben gekregen over miljoenen guldens fraude. In 1983 werd de financieel directeur  van het park veroordeeld omdat er 800.000 gulden niet was aangegeven bij de belastingdienst. Een deel van dit geld werd gebruikt om parttime medewerkers in de winter te kunnen uitbetalen. Hierdoor kwam het park in zwaar weer terecht.


In februari 1982 kwam het bericht naar buiten dat het Dolfinarium failliet was. Door een halvering van het bezoekersaantal en tegenvallende resultaten bij de in België geopende vestiging had het park een negatieve omzet. Ondanks het faillissement bleef het park gewoon geopend. Om meer bezoekers te trekken stapte het park af van maar één centrale show in de Koepel. Bekend werd dat er in totaal vier shows zouden komen en er werden plannen gemaakt een zeeleeuwentheater en een zeehondenverblijf te openen.
Nadat het park haar vestigingen in het buiteland afstootte en door de opzet van een stichting kon het park op 6 maart opnieuw haar deuren openen. De plannen voor een zeehondenwad werden waargemaakt. Op het recent opgespoten strand werd een natuurgetrouwe vijver gegraven met duingras en zandduinen en namen een tiental zeehonden hun intrek. Ondanks de nieuwe ontwikkelingen was 1982 een moeilijk seizoen voor het park en werd het afgesloten met in totaal 406.000 bezoekers. Met tegenvallende resultaten was echter al rekening gehouden door minder personeel in te zetten. 


Eind 1982 kwam directeur Frank den Herder met het ambitieuze plan om een groot orkastadion te openen naast de Koepel. Het geplande bassin dat plaats zou moeten bieden aan minimaal drie orka’s zou een wateroppervlakte van 40 x 60 meter en een diepte van 7,5 meter krijgen. De kosten werden geschat tussen de drie en vijf miljoen gulden. Het geheel zou een havenuitstraling moeten krijgen en ook onderwaterzicht mocht niet ontbreken. De plannen werden echter niet uitgevoerd en het bleef enige tijd stil tot in 1983 een schets verscheen.  Om de zakelijke markt meer te kunnen bedienen werd een congresruimte gepland tussen de Koepel en het orkabassin. In de onderwaterruimte stond een restaurant gepland.
orkabassin uitbreidingIn 1984 verscheen er opnieuw een artikel waarin directeur Frank den Herder aangaf in overleg te zijn om nog twee vrouwelijk en een mannelijke orka te verkrijgen. Frank den Herder ging op bezoek bij parken als Seaworld om te kijken naar de huisvesting van groepen orka’s daar. Er was echter geen geld om te investeren en banken wilden geen geld lenen na het faillissement in 1982. I
n 1983 werd een Amerikaans showduikteam aangetrokken. In een speciaal bassin achter de Koepel werden dagelijks shows gegeven waarbij de duikers van een hoogte van 26 meter in het bassin sprongen. Het onderwaterpanorama werd omgebouwd tot zeeleeuwentheater waar Californische zeeleeuwen en Zuid-Afrikaanse zeeberen dagelijks voorstellingen gaven.  De investeringen bleken te helpen en in dat jaar passeerden 450.000 bezoekers de toegangspoorten.In 1984 werd de Amerikaanse duikshow opnieuw herhaald en er werd een Tsjechisch poppentheater naar Harderwijk gehaald om dagelijks optredens te verzorgen. Voor de vierde maal op rij werd er een Stellerzeeleeuw geboren waardoor de groep van oorspronkelijk drie dieren al flink uitbreidde.

 

 

 


tr gudurnOndanks dat de bezoekersaantallen weer stegen had het park nog steeds een miljoenenschuld door de redding na het faillissement en leek een overname de enige mogelijkheid om een nieuw faillissement te voorkomen. Projectontwikkelaar en voorzitter van voetbalclub PEC Zwolle Martin Eibrink werd het park aangeboden en na een tegenbod van 2,5 miljoen gulden kocht hij in januari 1985 het Dolfinarium.


In februari 1985 gaf directeur Frank den Herder aan dat het plan voor het nieuwe orkastadion voorlopig niet uitgevoerd zou worden. Men wilde eerst weer op een goed niveau komen voordat er grote investeringen gedaan werden. Zo werd er onder andere geïnvesteerd in een automatisch waterhuishoudingsysteem voor de Koepel en de aankoop van twee nieuwe walrussen en vier tuimelaardolfijnen. Doordat de Harderwijkse politiek begin jaren tachtig veel te maken had met het weer financieel gezond maken van het park kwam politieke partij ‘Progressief Harderwijk’ met het idee om onder de tribunes van de Koepel een ‘Tien wereldzeeën aquarium’ te bouwen. Door de loze ruimte onder de tribunes te gebruiken zou voor vernieuwing voorlopig geen nieuwe grond nodig zijn. Directeur Frank den Herder reageerde echter niet erg enthousiast op het plan, volgens hem zou de partij geen rekening gehouden hebben met de kosten van het nieuwe aquarium. Bovendien had het park zelf al plannen om een aquarium te bouwen elders op het park. Ondanks dat er geen grote vernieuwingen werden gedaan kwamen er 561.000 bezoekers naar het park.


In 1986 verbouwde het park het Robarium waarbij een nieuwe omheining en rotsen werden geplaatst waardoor het verblijf een natuurlijkere uitstraling kreeg. Voor het vierde jaar op rij gaf een Amerikaans showduikteam een duikshow weg. Opnieuw sloot het park een stabiel seizoen af met 523.000 bezoekers. 
In dat jaar werd ook duidelijk dat orka Gudrun een leeftijd had bereikt waarbij ze te groot werd voor de Koepel en ze sociaal contact met soortgenoten nodig had. Omdat het Dolfinarium niet de ruimte had om meerdere orka’s te gaan houden en de plannen voor het orkastadion niet doorgingen, zocht directeur Frank den Herder begin 1987 contact met Seaworld om orka Gudrun naar één van de Seaworld parken in Amerika te sturen. Hier zou zij in een veel groter verblijf kunnen leven en socialiseren met soortgenoten. Uiteindelijk werd overeengekomen om Gudrun in november dat jaar naar Seaworld Orlando in Florida te sturen. In ruil daarvoor zou het Dolfinarium drie zwarte zwaardwalvissen ontvangen. Op 10 november kwamen drie zwarte zwaardwalvissen, een mannelijk en twee vrouwelijke dieren, aan op Schiphol. De namen van deze dieren waren Siva, Oban en Bandar.


Op 16 november begon de verhuizing van orka Gudrun naar Seaworld in Florida. Voor die verhuizing moest een deel van de wand van de Koepel verwijderd worden, zodat Gudrun vervolgens in een hangmat aan een hijskraan door de opening in de wand heen gehesen kon worden. Daarna werd ze in een transportkist met water en ijs geplaatst. In Seaworld had Gudrun voor het eerst in tien jaar weer contact met soortgenoten. In Orlando heeft Gudrun twee jongen gekregen. Haar kleinzoon Tekoa leeft vandaag de dag nog steeds in Loro Parque op het Canarische eiland Tenerife. Dit is het enige dierenpark in Europa waar je vandaag de dag nog orka's kunt zien.

Het openingsweekend in 1988 begon goed, meer dan tienduizend bezoekers bezochten het park, een fikse stijging aangezien de aantallen daarvoor rond de vierduizend lagen. In het nieuwe zeehondenwad werd voor de tweede keer een grijze zeehond geboren welke later dat jaar in samenwerking met de zeehondencrèche van Pieterburen  werd uitgezet in de Waddenzee.

 

  

 

 

Zeeleeuwentheater 1980Op 2 juli 1988 werd een nieuw zeeleeuwentheater geopend. Het nieuwe zeeleeuwentheater werd naast de Koepel gebouwd en doet vandaag de dag nog steeds dienst als zeeleeuwenverblijf. Tegenwoordig kun je hier het zeeleeuwencollege vinden met een educatieve voorstelling over het leven van de Californische zeeleeuwen. Het bassin kreeg destijds een decor met een kustachtergrond, achter het decor werden enkele separatieverblijven gecreëerd. Met de opening van het zeeleeuwentheater werd een zesde show toegevoegd aan het programma. Begin 1989 was de Koepel het toneel voor een speciale uitzending van ‘Ter land, ter zee en in de lucht’ toen het onderdeel Tobbedansen werd opgenomen in het dolfijnenbassin. Later in februari kwam het nieuws dat het Dolfinarium weer te koop aangeboden zou worden. Directeur Marten Eibrik zou het park weer willen verkopen.  In maart werd het park verkocht aan Leisureplan, eigendom  van Ruud de Clercq. De Clercq was eerder al directeur van onder andere de Efteling. Voormalig directeur Frank den Herder bleef aan als adviseur. De Clercq gaf aan dat het park ondanks dalende bezoekersaantallen winstgevend bleef, iets wat mede te danken was een de hoge bestedingen die bezoekers binnen het park deden. Verder gaf hij aan dat er binnen afzienbare tijd een nieuwe attractie geopend zou worden waarin het thema ‘zee’ centraal zou staan.

De zwarte zwaardwalvissen waren in 1989 voor het eerst te zien in een nieuwe dolfijnenshow, voorheen waren de dieren alleen te zien tijdens trainingssessies. Tijdens de show werd ook een educatief verhaal verteld net zoals bij de zeehonden en zeeleeuwen op het park.  Verder werd vanaf juni de nieuwe 3D-film ‘Sea Dreams’ getoond in een speciaal ingerichte ruimte op het park.


Sinds de overname door Ruud de Clercq werd het park geprofessionaliseerd en werden nieuwe uitbreidingen bedacht. In de jaren 90' werden deze plannen uitgevoerd die tot op de dag van vandaag nog steeds niet gemist kunnen worden. Iets wat we binnenkort behandelen in de volgende editie van de geschiedenis van het Dolfinarium.